

Mentaal ijzersterk of mentaal flexibel?
Wie aan mentale kracht denkt, denkt al snel aan doorzetten, incasseren en niet opgeven. Maar is altijd doorgaan wel het doel? De sportpsychologie laat zien dat goed presteren meer vraagt dan mentale hardheid alleen. Soms is volhouden belangrijk, soms juist aanpassen, herstellen of een andere keuze maken.
Mentaal ijzersterk. Of toch liever luchtiger?
‘Mentaal ijzersterk.’ Zo omschreef bondscoach Laurens ten Dam Demi Vollering na haar wereldtitel. Een week later vertelde shorttracker Xandra Velzeboer dat ze juist ‘mentaal luchtiger’ de winter in wil. Twee uitspraken die op het eerste gezicht misschien tegenover elkaar staan. De ene benadrukt mentale kracht, de andere lijkt ruimte te maken voor ontspanning en relativering. Toch hoeven ze elkaar helemaal niet tegen te spreken.
In de sport wordt mentale kracht vaak geassocieerd met doorzetten wanneer het moeilijk wordt, omgaan met druk en niet opgeven als de omstandigheden tegenzitten. Dat zijn waardevolle kwaliteiten. Sporters krijgen immers te maken met teleurstellingen, blessures, onzekerheid en momenten waarop hun prestaties achterblijven bij hun verwachtingen. Maar wat als doorzetten niet meer helpt? Wat als een sporter zo gefocust raakt op winnen dat herstel naar de achtergrond verdwijnt? Of als iemand koste wat kost wil bewijzen dat hij of zij sterk genoeg is, terwijl het lichaam of de mentale gezondheid om iets anders vraagt?
Neem de Upfront Last Man Standing op Terschelling, een backyard ultra waarbij deelnemers ieder uur een ronde van 6,7 kilometer lopen, totdat er nog maar één loper over is. Winnaar Sam Bracke liep 61 rondes: ruim 400 kilometer. Een indrukwekkende prestatie. Maar wat zegt zo’n prestatie precies over iemands mentale kracht? En misschien nog belangrijker: is het vermogen om zo lang door te gaan altijd hetzelfde als mentaal gezond en effectief functioneren? Om die vragen te beantwoorden, helpt het om verschillende begrippen uit de sport- en prestatiepsychologie uit elkaar te halen.
Mentale kracht: blijven presteren onder druk
Mentale kracht, vaak aangeduid als mental toughness, is een bekend begrip binnen de sportpsychologie. Het wordt veel gebruikt om sporters te beschrijven die onder druk blijven presteren, tegenslag kunnen verdragen en zich niet gemakkelijk uit het veld laten slaan. De wetenschappelijke literatuur kent verschillende definities van mentale kracht. Gucciardi en collega’s (2015) onderzochten bijvoorbeeld hoe het begrip het beste kan worden afgebakend en gemeten. Hun onderzoek laat zien dat mentale kracht samenhangt met prestaties, het bereiken van doelen en goed blijven functioneren ondanks stress.
Mentale kracht kan zich uiten in doorzettingsvermogen tijdens een zware wedstrijd, vertrouwen houden na een fout of de aandacht terugbrengen naar de taak wanneer de druk toeneemt. Dat zijn belangrijke vaardigheden. Toch moeten we oppassen dat we mentale kracht niet gelijkstellen aan onvoorwaardelijk doorzetten. Een sporter die altijd doorgaat, is niet per definitie mentaal sterker dan iemand die op tijd bijstuurt. Ook de omstandigheden, het doel en de gevolgen van het gedrag zijn van belang.
Stel dat twee marathonlopers tijdens een wedstrijd tegen een moeilijke fase aanlopen. De eerste blijft zijn tempo vasthouden omdat hij weet dat hij dit niveau aankan en zijn wedstrijdplan daarop heeft afgestemd. De tweede houdt koste wat kost vast aan hetzelfde tempo, ondanks duidelijke signalen dat zijn aanpak niet meer werkt. Van buitenaf kunnen beide lopers even vastberaden lijken. Toch kan hun gedrag iets heel anders betekenen. De eerste zet door op basis van een bewuste keuze; de tweede houdt mogelijk vast aan een plan dat bij de veranderde omstandigheden niet langer passend is. Mentale kracht gaat dus niet alleen over hoeveel je kunt verdragen, maar ook over hoe je onder druk blijft handelen.
Mentale veerkracht: herstellen en je aanpassen aan tegenslag
Waar mentale kracht vaak wordt verbonden aan presteren onder druk, ligt bij mentale veerkracht de nadruk op omgaan met tegenslag en het vermogen om je daarna te herstellen of aan te passen. Gupta en McCarthy (2022) analyseerden in een systematische review 92 studies naar veerkracht in de sport. Op basis daarvan ontwikkelden zij een sportspecifiek model. Zij beschrijven veerkracht als het vermogen om bij tegenslag gedachten, gevoelens en gedrag te beoordelen en zo te reageren dat iemand het functioneren kan behouden of zich succesvol kan aanpassen.
Veerkracht is daarmee niet simpelweg de eigenschap dat iemand weinig last heeft van tegenslag. Het gaat om een proces waarin persoonlijke vaardigheden, lichamelijke factoren en de omgeving een rol spelen. Sociale steun, de beschikbare middelen en de manier waarop iemand een situatie interpreteert, kunnen bijvoorbeeld mede bepalen hoe diegene met tegenslag omgaat.
Denk aan een topsporter die een belangrijke wedstrijd verliest. Veerkracht betekent niet noodzakelijk dat die sporter direct positief blijft, geen verdriet ervaart of de volgende dag alweer op volle kracht traint. Het kan juist betekenen dat er ruimte is voor teleurstelling, dat de sporter steun zoekt, leert van de ervaring en geleidelijk de draad weer oppakt. Hetzelfde geldt bij een blessure. Veerkracht kan zichtbaar worden in het aanpassen van doelen, het accepteren van een tijdelijk andere rol of het vinden van een nieuwe manier om gemotiveerd te blijven tijdens de revalidatie. Dat maakt veerkracht iets anders dan alleen hard zijn voor jezelf. Herstel en aanpassing horen er nadrukkelijk bij.
Mentale flexibiliteit: niet altijd op dezelfde manier reageren
Een derde begrip dat hierbij aansluit, is psychologische flexibiliteit, ook wel mentale flexibiliteit genoemd. Psychologische flexibiliteit komt onder meer uit de onderzoekstraditie rond Acceptance and Commitment Therapy (ACT). Het gaat om het vermogen om contact te houden met wat er op dit moment gebeurt — inclusief lastige gedachten en gevoelens — en je gedrag aan te passen aan de situatie, terwijl je blijft handelen in de richting van wat je belangrijk vindt. Dat betekent niet dat je alles maar moet accepteren of je doelen moet loslaten. Het betekent juist dat je niet automatisch hoeft te handelen naar iedere gedachte, emotie of impuls.
Een sporter kan bijvoorbeeld denken: Als ik nu toegeef aan de vermoeidheid, ben ik niet sterk genoeg. Wie sterk vasthoudt aan die gedachte, kan signalen negeren en blijven doorgaan, ook als dat niet verstandig is. Een flexibeler antwoord zou zijn: Ik merk dat ik bang ben om zwak over te komen. Wat heb ik nu nodig om op een goede manier met deze situatie om te gaan? Soms leidt dat tot doorzetten. Op andere momenten betekent het dat de sporter het tempo aanpast, een gesprek met de coach aangaat of rust neemt. De kern is dat gedrag niet volledig wordt bepaald door de eerste gedachte of emotie die opkomt. Er ontstaat ruimte om een keuze te maken die past bij het doel én de omstandigheden.
Macri en Rogge (2024) brachten in een systematische review en meta-analyse onderzoek naar psychologische flexibiliteit en inflexibiliteit samen. Zij vonden aanwijzingen dat interventies gericht op flexibiliteit, zoals ACT, verschillende aspecten van psychologische flexibiliteit kunnen verbeteren en samenhangen met een afname van psychische klachten. Dit onderzoek gaat niet uitsluitend over sporters, dus de uitkomsten kunnen niet zonder meer één-op-één naar de sportpraktijk worden vertaald. Het biedt wel een relevante wetenschappelijke basis voor het begrijpen van flexibiliteit als psychologisch proces.
Luistertip
In de Prestatie Podcast legt Pepijn Lochtenberg uit hoe Acceptance & Commitment Training en persoonlijke waarden helpen om op belangrijke momenten doordacht te blijven handelen. Luister de aflevering ‘Hoe blijf je presteren als de druk oploopt?’
Wat is dan het verschil tussen deze begrippen?
De drie begrippen overlappen, maar leggen een ander accent.
Mentale kracht gaat vooral over functioneren en presteren wanneer de druk toeneemt of de omstandigheden moeilijk worden.
Mentale veerkracht legt de nadruk op het omgaan met tegenslag, herstel en succesvolle aanpassing.
Psychologische flexibiliteit gaat over het bewust kunnen omgaan met gedachten, gevoelens en omstandigheden, zodat je gedrag kunt afstemmen op wat de situatie en je waarden vragen.
Deze begrippen zijn geen volledig gescheiden vaardigheden. Een sporter kan ze alle drie nodig hebben. Na een fout tijdens een wedstrijd kan mentale kracht helpen om de aandacht terug te brengen naar de volgende actie. Veerkracht speelt een rol in het herstel na een teleurstellende wedstrijd. Flexibiliteit kan helpen om de eigen gedachten en emoties te herkennen zonder er automatisch door gestuurd te worden. Het is daarom niet zo zinvol om één begrip tot hét doel van sportpsychologische begeleiding te maken. De vraag is eerder welke vaardigheid op welk moment nodig is.
Is altijd doorgaan dan wel zo sterk?
De waardering voor doorzettingsvermogen heeft ook een keerzijde. In de sport wordt het regelmatig bewonderd wanneer iemand pijn verbijt, grenzen verlegt en ondanks alles blijft doorgaan. Zulke verhalen kunnen inspireren, maar ze kunnen ook een eenzijdig beeld van mentale kracht versterken. Als stoppen wordt gezien als falen, kan het moeilijk worden om onderscheid te maken tussen ongemak dat bij een uitdaging hoort en signalen die om een andere keuze vragen. Een sporter kan bang worden om rust te nemen, hulp te vragen of een doel bij te stellen, omdat dit niet past bij het beeld van de mentaal sterke sporter.
Dat betekent niet dat doorzetten ongezond is, of dat iedere moeilijke ervaring vermeden moet worden. Sport vraagt juist om het leren verdragen van inspanning, onzekerheid en ongemak. De relevante vraag is of de inspanning functioneel is en past bij het doel, de omstandigheden en de grenzen van de sporter.
De prestatie van Sam Bracke in de backyard ultra laat bijvoorbeeld zien hoeveel inspanning en doorzettingsvermogen iemand kan opbrengen. Op basis van de afstand alleen kunnen we echter niet vaststellen hoe mentaal flexibel, veerkrachtig of gezond iemand functioneert. Daarvoor is meer informatie nodig over de persoon, de omstandigheden en de gevolgen van de prestatie. Hetzelfde geldt voor topsporters die na een wereldtitel als mentaal ijzersterk worden omschreven. Een indrukwekkend resultaat vertelt ons niet automatisch hoe iemand met druk omgaat, hoe goed diegene herstelt of hoe het mentale welzijn ervoor staat.
Een prestatie laat zien wat iemand heeft bereikt, maar vertelt niet het hele verhaal over hoe iemand functioneert.
Presteren én je goed blijven voelen
In de sportpsychologie is er steeds meer aandacht voor mentale gezondheid en welzijn naast prestaties. Die twee zijn met elkaar verbonden, maar niet hetzelfde. Wang en collega’s (2025) onderzochten in een systematische review en meta-analyse welke psychologische interventies het mentale welzijn van topsporters kunnen verbeteren. De onderzoekers vonden aanwijzingen dat psychologische vaardigheidstraining, zogenoemde third-wave-interventies en positieve-psychologie-interventies het welzijn kunnen bevorderen. Tegelijkertijd benadrukken zij dat meer robuust onderzoek nodig is om de zekerheid over deze effecten te vergroten.
Een belangrijk inzicht is dat begeleiding niet alleen hoeft te gaan over het verminderen van klachten of het oplossen van problemen. Er is ook ruimte nodig om welzijn te bevorderen en te beschermen, juist bij sporters die op dat moment goed presteren. Een sporter kan immers succesvol zijn en zich tegelijkertijd uitgeput, gespannen of ongelukkig voelen. Andersom betekent een moeilijke periode niet automatisch dat iemand niet goed functioneert of onvoldoende mentale vaardigheden heeft.
Daarom is het belangrijk om niet alleen te vragen: Hoe kunnen we ervoor zorgen dat deze sporter onder druk blijft presteren? We kunnen ook vragen: Hoe kan deze sporter goed blijven functioneren, zich aanpassen aan veranderende omstandigheden en op een gezonde manier blijven werken aan wat belangrijk is? Dat vraagt soms om doorzettingsvermogen, soms om herstel en soms om een andere kijk op de situatie.
Waar moeten sport- en prestatiepsychologen naar streven?
Voor sport- en prestatiepsychologen ligt hier een belangrijke uitdaging. We willen sporters helpen om hun doelen na te streven, met prestatiedruk om te gaan en op belangrijke momenten te presteren. Maar we willen ook voorkomen dat mentale kracht wordt verward met het onderdrukken van emoties, het negeren van grenzen of het koste wat kost vasthouden aan één aanpak.
Het doel is daarom niet dat een sporter altijd sterk, altijd positief of altijd onverstoorbaar is. Het gaat erom dat iemand verschillende manieren van reageren kan inzetten en kan beoordelen welke reactie op dat moment passend is. Dat kan betekenen dat een sporter leert doorzetten wanneer de spanning oploopt. Of dat iemand na een fout de aandacht terugbrengt naar de volgende actie, in plaats van te blijven hangen in zelfkritiek. Maar het kan ook betekenen dat iemand leert om hulp te vragen, rust te nemen of een doel bij te stellen zonder dat meteen als falen te zien.
Daarbij speelt de omgeving eveneens een rol. Coaches, begeleiders en teams bepalen mede welke reacties worden gewaardeerd. Als alleen doorzetten en winnen erkenning krijgen, wordt het moeilijker om open te spreken over twijfel, vermoeidheid of de behoefte aan herstel. Mentale vaardigheden ontwikkelen is dus niet alleen een individuele opdracht. Ook de omgeving moet ruimte bieden om verschillende reacties te laten zien en bespreekbaar te maken.
Misschien moeten we niet kiezen tussen ijzersterk en luchtiger
Terug naar de uitspraken waarmee we begonnen. Demi Vollering werd mentaal ijzersterk genoemd; Xandra Velzeboer wil mentaal luchtiger de winter in. Misschien gaat het niet om de keuze tussen die twee. Een sporter kan vastberaden zijn én luchtigheid toelaten. Iemand kan leren om ongemak te verdragen én herkennen wanneer het tijd is om bij te sturen. En iemand kan ambitieus zijn zonder de eigenwaarde volledig afhankelijk te maken van een resultaat.
Mentale kracht is waardevol wanneer doorzetten nodig is. Mentale veerkracht helpt om met tegenslag om te gaan en weer verder te kunnen. Psychologische flexibiliteit helpt om in wisselende omstandigheden bewust te blijven kiezen hoe je handelt. De vraag is dus niet alleen hoeveel iemand kan verdragen, maar ook hoe iemand met die ervaring omgaat en welke keuze daaruit volgt. Misschien is een mentaal sterke sporter niet degene die altijd doorgaat, maar degene die kan bepalen wanneer doorgaan helpt — en wanneer iets anders nodig is.
Wat zouden we sporters vaker mogen leren: hoe ze nog langer kunnen doorgaan, of hoe ze beter kunnen herkennen wat ze op een bepaald moment nodig hebben?
Leer het bij de cursus Prestatiepsychologie
Wil je leren hoe je mentale weerbaarheid versterkt en omgaat met prestatiedruk? In de cursus Prestatiepsychologie werk je daaraan in vier dagen op locatie in De Bilt en een online terugkomdag.
De editie van vrijdag 30 oktober is bijna vol.
Bronnen
- Bondscoach Ten Dam: ‘Vollering is mentaal ijzersterk, WK-goud is de bekroning’, NOS, 26 september 2026
- Velzeboer wil ‘mentaal luchtiger’ de winter in: ‘Ga een keer per week langebaanschaatsen’, NOS, 4 oktober 2026
- Sam Bracke wint eerste editie Upfront Last Man Standing: 61 rondjes en 408 kilometer, Running.be, 5 oktober 2026
Literatuur
- Gucciardi, D. F., Hanton, S., Gordon, S., Mallett, C. J., & Temby, P. (2015). The concept of mental toughness: Tests of dimensionality, nomological network, and traitness. Journal of Personality, 83(1), 26–44. https://doi.org/10.1111/jopy.12079
- Gupta, S., & McCarthy, P. J. (2022). The sporting resilience model: A systematic review of resilience in sport performers. Frontiers in Psychology, 13, 1003053. https://doi.org/10.3389/fpsyg.2022.1003053
- Macri & Rogge (2024). Examining domains of psychological flexibility and inflexibility as treatment mechanisms in acceptance and commitment therapy: A comprehensive systematic and meta-analytic review. Clinical Psychology Review. Link naar het artikel
- Wang, W., Schweickle, M. J., Arnold, E. R., & Vella, S. A. (2025). Psychological interventions to improve elite athlete mental wellbeing: A systematic review and meta-analysis. Sports Medicine, 55, 877–897. https://doi.org/10.1007/s40279-024-02173-3