Wanneer werkt perfectionisme tegen je? Over fouten en wedstrijdspanning

Een hoge lat kan je ver brengen in de sport. Je bereidt je zorgvuldig voor, traint hard en wilt blijven verbeteren. Maar als één fout betekent dat de hele wedstrijd voor je gevoel is mislukt, kan diezelfde hoge lat extra druk veroorzaken. En wanneer werkt perfectionisme tegen je?

In de Prestatie Podcast spreekt Renate Hensen met sport- en prestatiepsycholoog dr. Natasja Sloot-Bosma over perfectionisme, verwachtingen en wedstrijdspanning. In dit artikel geven we je inzichten van het gesprek.

Waarom kan perfectionisme wedstrijdspanning vergroten?

Volgens Natasja is perfectionisme een mogelijke bron van wedstrijdspanning. Wie verwacht dat alles perfect moet gaan, kan een fout al snel zien als een mislukking. Daarbij kunnen verwachtingen van jezelf, ouders of anderen meespelen. Wanneer een wedstrijd belangrijk voelt, vragen ook gedachten over de uitslag en wat er mis zou kunnen gaan om aandacht.

Perfectionisme heeft niet alleen een lastige kant. Natasja vertelt dat het mensen ook kan aanzetten tot hard werken en grondig voorbereiden. Het wordt vooral moeilijk wanneer je na al die inspanning nooit tevreden kunt zijn. Als je na iedere prestatie alleen ziet wat beter had gemoeten, neem je nooit de tijd om te erkennen wat wel gelukt is.

Wat als spanning ook in je lichaam voelbaar is?

Wedstrijdspanning kan veranderde ademhaling, een hogere hartslag of kriebels in je buik veoorzaken. In deze aflevering beschrijft Natasja een sporter die voor belangrijke wedstrijden moeite had om te eten. Hij kwam eerst met een vraag over concentratie, maar tijdens de begeleiding bleek spanning ook een grote rol te spelen.

Dat voorbeeld laat zien waarom het nuttig is om verder te kijken dan alleen de klacht waarmee iemand binnenkomt. Natasja onderzocht met de sporter wat hij voelde, hoe hij die signalen uitlegde en wat hem hielp bij zijn voorbereiding. Spanning hoeft niet altijd eerst te verdwijnen voordat je kunt sporten. Hoe je ermee omgaat, verschilt wel per persoon.

Meer over dat onderwerp lees je in ons artikel omgaan met wedstrijdspanning.

Hoe richt je je aandacht weer op de wedstrijd?

Natasja geeft een voorbeeld uit haar eigen ervaring. Na een gemiste bal kan ze blijven denken dat het die dag niets meer wordt, en het wil opgeven. Ze kan ook tegen zichzelf zeggen: “Het is één bal, pak het weer op.”

Die tweede zin maakt de fout niet ongedaan, maar het helpt wel om je weer op de volgende actie te richten. Natasja gebruikt daarvoor zelfspraak: woorden die haar helpen in plaats van dat je langer bij een fout stil blijft staan. Ze merkt daarbij op dat positieve woorden vooral helpen als je er zelf in gelooft. Kies daarom woorden die bij je passen en voor jou geloofwaardig voelen.

Een reflectie om zelf te proberen

Neem na een training of wedstrijd twee minuten om deze vragen te beantwoorden:

  1. Wat ging goed? Noem eerst een concrete actie of keuze waar je tevreden over bent.
  2. Wat wil je verbeteren? Kies één leerpunt, niet een oordeel over je hele prestatie.
  3. Wat helpt bij de volgende actie? Bedenk een korte, geloofwaardige zin die je helpt om je aandacht op de volgende actie te richten.

Zo blijft er ruimte voor ambitie en voor tevredenheid over je ontwikkeling. Wil je horen hoe Natasja zelf met fouten, zelfspraak en spanning omgaat? Luister dan naar haar gesprek met Renate Hensen in de Prestatie Podcast.